Willen (to want) - Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Present continuous, indicative mood) Share Copied!

Willen - Conjugation of To want in Dutch: Conjugation table, examples and exercises in the present continuous, indicative mood tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs).
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Present continuous, indicative mood)
All conjugations and tenses: Willen (to want) - Verb conjugation and exercises
Syllabus: Dutch lesson - Dingen vragen (Asking things)
Conjugation of to want in Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Dutch | English |
---|---|
(ik) wil | I want |
(jij) wilt/wil | you want |
(hij/zij/het) wil | he/she/it wants |
(wij) willen | we want |
(jullie) willen | you want |
(zij) willen | they want |
Example phrases
Dutch | English |
---|---|
Ik wil antwoord op de vraag. | I want an answer to the question. |
Jij wilt weten waar het is. | You want to know where it is. |
Hij wil koffie drinken nu. | He wants to drink coffee now. |
Wij willen weten wie komt. | We want to know who is coming. |
Jullie willen weten hoeveel het kost. | You want to know how much it costs. |
Zij willen vragen wanneer het begint. | They want to ask when it starts. |
Exercise: Verb conjugation
Instruction: Choose the correct form.
<strong>wil, wil, willen
1.
Hij ... koffie drinken nu.
(He wants to drink coffee now.)
2.
Jij ...t weten waar het is.
(You want to know where it is.)
3.
Ik ... antwoord op de vraag.
(I want an answer to the question.)
4.
Wij ... weten wie komt.
(We want to know who is coming.)
5.
Jullie ... weten hoeveel het kost.
(You want to know how much it costs.)
6.
Zij ... vragen wanneer het begint.
(They want to ask when it starts.)