10K+ students - 4.8/5

Learn with a teacher Learning materials included Practise conversation

Vertrekken (to leave) - Verb conjugation and exercises

Conjugation of vertrekken (to leave) for all verb tenses with example phrases and exercises.

 Vertrekken (to leave) - Verb conjugation and exercises

Learning materials that implement this verb:

Level: A1

Module 2: Van uren tot seizoenen (From hours to seasons)

Lesson 13: Hoe laat is het? De klok lezen. (Telling the time and reading the clock)

Infinitief Voltooid deelwoord
Vertrekken (To leave) Vertrokken (Left)

Verb tenses

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Dutch English
ik vertrek I leave
jij vertrekt You leave
hij/zij/het vertrekt He/she/it leaves
wij vertrekken We leave
jullie vertrekken You leave
zij vertrekken They leave

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Dutch English
ik vertrok I left
jij vertrok You left
hij/zij/het vertrok He/she/it left
wij vertrokken We left
jullie vertrokken You left
zij vertrokken They left

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Dutch English
ik ben vertrokken I have left
jij bent vertrokken You have left
hij/zij/het is vertrokken He/she/it has left
wij zijn vertrokken We have left
jullie zijn vertrokken You have left
zij zijn vertrokken They have left

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Dutch English
ik ben vertrokken I have left
jij bent vertrokken You have left
hij/zij/het is vertrokken He/she/it has left
wij zijn vertrokken We have left
jullie zijn vertrokken You have left
zij zijn vertrokken They have left

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Dutch English
ik zal vertrokken zijn I will have left
jij zult/zal vertrokken zijn You will have left
hij/zij/het zal vertrokken zijn He/she/it will have left
wij zullen vertrokken zijn We will have left
jullie zullen vertrokken zijn You will have left
zij zullen vertrokken zijn They will have left

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Dutch English
ik zal vertrokken zijn I will have left
jij zult/zal vertrokken zijn You will have left
hij/zij/het zal vertrokken zijn He/she/it will have left
wij zullen vertrokken zijn We will have left
jullie zullen vertrokken zijn You will have left
zij zullen vertrokken zijn They will have left
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Dutch English
ik zou vertrokken zijn I would have left
jij zou vertrokken zijn You would have left
hij/zij/het zou vertrokken zijn He/she/it would have left
wij zouden vertrokken zijn We would have left
jullie zouden vertrokken zijn You would have left
zij zouden vertrokken zijn They would have left

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Dutch English
ik zou vertrokken zijn I would have left
jij zou vertrokken zijn You would have left
hij/zij/het zou vertrokken zijn He/she/it would have left
wij zouden vertrokken zijn We would have left
jullie zouden vertrokken zijn You would have left
zij zouden vertrokken zijn They would have left
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Dutch English
Vertrek! Leave!