10K+ students - 4.8/5

Learn with a teacher Learning materials included Practise conversation

Regenen (to rain) - Verb conjugation and exercises

Conjugation of regenen (to rain) for all verb tenses with example phrases and exercises.

 Regenen (to rain) - Verb conjugation and exercises

Learning materials that implement this verb:

Level: A1

Module 2: Van uren tot seizoenen (From hours to seasons)

Lesson 10: Het weer (The weather)

Infinitief Voltooid deelwoord
Regenen (To rain) Geregend (Rained)

Verb tenses

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Dutch English
regent It rains.

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Dutch English
regende he/she/it rained

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Dutch English
heeft geregend It has rained

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Dutch English
heeft geregend It has rained

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Dutch English
zal geregend hebben It will have rained

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Dutch English
zal hebben geregend he/she/it will have rained
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Dutch English
zou regenen It would rain

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Dutch English
zou geregend hebben it would have rained
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Dutch English